Grote Amerikaanse studie naar puberteitsblokkers: minder somberheid gemeten, maar de onderzoekers zelf zetten forse kanttekeningen
Een nieuwe Amerikaanse studie op basis van verzekeringsdata koppelt puberteitsblokkers aan minder gemelde stemmingsklachten en suïcidaliteit bij transgender jongeren. De onderzoekers zelf waarschuwen echter dat dit geen bewijs van oorzaak en gevolg is.
Half juli verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift JAMA Network Open een grote Amerikaanse studie die opnieuw voer geeft aan het debat over puberteitsblokkers. Onderzoekers van onder meer Mount Sinai, Yale, Harvard en de Universiteit van Michigan doken in een verzekeringsdatabase met tientallen miljoenen Amerikanen en concludeerden dat transgender jongeren die blokkers kregen, minder vaak stemmingsstoornissen en suïcidale gedachten of gedrag hadden dan transgender jongeren zonder blokkers. Op het eerste gezicht een geruststellend resultaat. Wie de studie zelf leest, ziet dat de onderzoekers die conclusie meteen zelf inperken — en dat is precies waar dit artikel over gaat.
Wat de studie precies deed
De onderzoekers gebruikten een landelijke, meerdere zorgverzekeraars omvattende claimsdatabase over de periode 2016 tot 2025, met gegevens van ruim 231.000 jongeren tussen de 10 en 17 jaar. Daarvan werden ruim 41.000 jongeren op basis van diagnosecodes aangemerkt als transgender, de rest als cisgender. Binnen die groepen werd vervolgens gekeken wie een puberteitsblokker kreeg voorgeschreven en wie niet, en hoe vaak er een diagnose van een stemmingsstoornis of suïcidaliteit in het dossier stond. Belangrijk detail: van de transgender jongeren kregen er in deze data maar 1.260 daadwerkelijk een blokker — een klein deel van de totale groep.
De cijfers zelf
Transgender jongeren hadden in deze data sowieso al een veel hogere kans op een stemmingsstoornis en op suïcidale gedachten of gedrag dan cisgender jongeren. Binnen de groep transgender jongeren was het gebruik van blokkers vervolgens gekoppeld aan een lagere kans op beide uitkomsten: de kans op een stemmingsstoornis lag ongeveer de helft lager, de kans op suïcidale gedachten of gedrag zelfs zo'n vijf keer lager. Dat klinkt overtuigend, maar een 'gekoppeld aan' is in dit soort onderzoek geen 'veroorzaakt door' — en dat schrijven de auteurs ook letterlijk.
De kanttekeningen van de onderzoekers zelf
Wat opvalt is hoeveel voorbehouden de onderzoekers zelf opnemen. Ze benoemen expliciet 'vertekening door indicatie': artsen vermijden het voorschrijven van blokkers juist bij jongeren met acute suïcidaliteit of niet onder controle te krijgen stemmingsklachten. Daardoor lijkt de groep die wél blokkers kreeg per definitie gezonder, los van enig effect van het middel. Ook schrijven ze dat claims data puur observationeel zijn en geen oorzakelijk verband kunnen vaststellen, dat niet valt na te gaan of een diagnose vóór of ná de start van de blokker werd gesteld, dat 28 procent van de patiëntjaren ontbrekende gegevens had, en dat de gebruikte medicatiedefinitie ook niet-hormonale middelen omvatte die om heel andere redenen zijn voorgeschreven — met kans op verkeerde indeling. Verder benadrukken ze dat de onderzochte groep niet is gecorrigeerd voor gezinsstabiliteit, steun van ouders of de kwaliteit van de klinische beoordeling, allemaal factoren die zowel de toegang tot blokkers als de psychische gezondheid beïnvloeden. Tot slot noemen ze zelf dat de onomkeerbaarheid van botopbouw, vruchtbaarheid en psychosociale ontwikkeling door dit onderzoek niet wordt weerlegd, en dat de resultaten 'met voorzichtigheid' moeten worden geïnterpreteerd.
Wat dit voor jou als ouder betekent
Deze studie zal ongetwijfeld worden aangehaald als bewijs dat blokkers 'veilig' of 'beschermend' zijn. Het eigen kleine lettertje van de onderzoekers vertelt een genuanceerder verhaal: een grote, maar methodologisch beperkte studie op verzekeringsdata, met een klein aantal jongeren dat daadwerkelijk blokkers kreeg, zonder klinische beoordeling van de diagnoses, en met een uitdrukkelijke waarschuwing tegen het trekken van oorzakelijke conclusies. Dat betekent niet dat het onderzoek waardeloos is — het levert wel degelijk een signaal op. Het betekent wél dat je als ouder gerust mag doorvragen wanneer een behandelaar deze studie noemt als sluitend bewijs. Vraag concreet: is dit onderzoek naar samenhang of naar oorzaak? En hoe is voor de gezondere uitgangspositie van de groep die blokkers kreeg gecorrigeerd? Die vragen stellen is geen wantrouwen, maar precies het kritisch meedenken dat de onderzoekers zelf vragen van iedereen die hun resultaten gebruikt.

Mark Visser
Redactie
Veelgestelde vragen
Twijfel je of wil je overleggen?
Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.
Naar hulp & steun →