Canadees onderzoek: '97% blijft trans' — vakgenoten zetten vraagtekens
Een spraakmakende Canadese studie stelt dat bijna alle jongeren die bij een genderkliniek terechtkomen, jaren later nog steeds trans of non-binair zijn. Andere onderzoekers wijzen op een te korte follow-up, een verouderde onderzoeksgroep en selectiebias.

Een grote Canadese studie haalde deze zomer wereldwijd de krantenkoppen: bijna alle jongeren die bij een gespecialiseerde genderkliniek terechtkomen, blijven zich jaren later nog steeds als trans of non-binair identificeren. Het cijfer van 97,1 procent werd breed uitgemeten als tegenbewijs voor de zorg dat veel jongeren later spijt krijgen. Maar journalist Sharon Kirkey liet voor de National Post verschillende onderzoekers los op de studie, en die zetten forse kanttekeningen bij wat het cijfer eigenlijk zegt.
Wat de studie precies onderzocht
Het onderzoeksteam, verbonden aan onder meer de University of British Columbia, Dalhousie University, de University of Calgary en Vancouver General Hospital, volgde 445 jongeren die tussen 2012 en 2017 met genderdysforie werden gezien bij vier academische genderklinieken in Canada. Gedurende een mediane follow-up van 2,4 jaar bleef 97,1 procent zich identificeren als trans of non-binair; 2,9 procent keerde terug naar een identiteit die aansluit bij het geboortegeslacht. Van de bijna 80 procent van de jongeren die hormonen startte, stopte daar slechts 1 procent — vier jongeren — weer mee.
Een follow-up die te kort duurt
De belangrijkste kritiek komt van Laura Targownik, arts-onderzoeker aan de universiteit van Toronto. Zij wijst erop dat een mediane follow-up van 2,4 jaar simpelweg te kort is om detransitie goed te meten. "Ik verwacht niet dat het detransitiecijfer bij een mediaan van twee jaar erg hoog zal zijn, maar als je deze patiënten vijf of tien jaar volgt, krijg je misschien een heel ander beeld", aldus Targownik. Detransitie is voor veel mensen geen keuze die ze na twee jaar al maken — het proces van twijfelen, heroverwegen en uiteindelijk een andere weg inslaan speelt zich vaak over een langere periode af, soms pas nadat de medische behandeling van kliniek naar volwassenenzorg is overgegaan en er geen zicht meer is op wat er met iemand gebeurt.
Een groep uit een ander tijdperk
Een tweede punt van kritiek betreft de samenstelling van de onderzoeksgroep. De jongeren in de studie meldden zich tussen 2012 en 2017 — ruim voordat het aantal verwijzingen naar genderklinieken sterk toenam en het profiel van de aangemelde jongeren veranderde, met onder meer een sterke stijging van meisjes die zich pas in de puberteit meldden. "Het is een open vraag of het detransitiecijfer van iemand die in 2012 aan zijn transitie begon, hetzelfde zal zijn als van iemand die in 2020 of 2022 begon", aldus Targownik. Critici van het affirmatieve model wijzen al langer op deze verschuiving als een signaal dat de populatie die nu in de spreekkamer zit, wezenlijk anders is dan tien jaar geleden.
Wie niet is meegeteld
Verder omvat de studie alleen jongeren die in beeld bleven bij de vier gespecialiseerde klinieken. Jongeren die om welke reden dan ook afhaakten, geen steun van hun ouders hadden, of hun twijfels buiten het medische circuit om verwerkten, ontbreken in de cijfers. Ook ontbreekt informatie over wat er met de jongeren gebeurde nadat ze waren doorgestroomd naar zorg voor volwassenen, en over de sociale en psychologische factoren die behandelbeslissingen beïnvloedden maar niet systematisch in dossiers worden vastgelegd.
Wat dit voor ouders betekent
Een cijfer als "97 procent blijft trans" oogt overtuigend, maar zegt vooral iets over een specifieke groep jongeren, gemeten over een relatief korte periode, binnen het beperkte venster van de klinische zorg. Voor ouders die dit cijfer tegenkomen als argument om snel door te pakken, is het goed om te weten dat vakgenoten zelf al vraagtekens zetten bij de reikwijdte ervan. Dat betekent niet dat de studie waardeloos is, maar wel dat één onderzoek met een korte meetperiode geen definitief antwoord geeft op de vraag hoe stabiel een genderidentiteit bij jongeren werkelijk is.

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Bron
Twijfel je of wil je overleggen?
Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.
Naar hulp & steun →