Medische feiten

Fins registeronderzoek: psychiatrische problemen nemen sterk toe na medische gendertransitie

Een grootschalig Fins registeronderzoek volgde ruim tweeduizend jongeren die zich meldden bij genderklinieken. Bij wie een medische transitie onderging, steeg het aandeel dat specialistische psychiatrische behandeling nodig had fors: tot 54,5 procent na een vermannelijkende en 60,7 procent na een vervrouwelijkende behandeling.

Fins registeronderzoek: psychiatrische problemen nemen sterk toe na medische gendertransitie

Een Fins registeronderzoek zet vraagtekens bij het idee dat medische gendertransitie de mentale gezondheid van jongeren verbetert. Het team van onderzoeker Sami-Matti Ruuska volgde alle 2.083 personen die tussen 1996 en 2019 vóór hun 23e contact zochten met de gespecialiseerde genderidentiteitsdiensten in Finland, en vergeleek hen met 16.643 leeftijdgenoten uit de algemene bevolking. De resultaten verschenen in april 2026 online in het wetenschappelijke tijdschrift Acta Paediatrica (bron).

Wat het onderzoek precies mat

Het gaat om een registerstudie: de onderzoekers koppelden gegevens uit Finse registers om te zien hoeveel van deze jongeren specialistische psychiatrische behandeling nodig hadden, vóór hun eerste afspraak bij de genderkliniek en twee jaar of langer daarna. Zij tellen dus behandeling in de specialistische psychiatrie en geen diagnoses. Volgens de auteurs is die zorg in Finland alleen op verwijzing toegankelijk en wijst zij op een ernstige psychische stoornis. De gemiddelde vervolgperiode was 5,5 jaar, met een maximum van 25 jaar. Het Finse zorgregister legt sinds 1994 bezoeken aan de gezondheidszorg vast, en het genderonderzoek is er landelijk ondergebracht bij twee universitaire ziekenhuizen. Van de 2.083 jongeren ondergingen er 796 (38,2 procent) een medische behandeling: hormonen, een borstoperatie of een genitale operatie.

De cijfers

Van de 163 jongeren die een vervrouwelijkende medische behandeling ondergingen, had 9,8 procent vóór de eerste afspraak bij de genderkliniek specialistische psychiatrische behandeling gehad; twee jaar of langer daarna was dat 60,7 procent. Bij de 633 jongeren met een vermannelijkende behandeling steeg dit van 21,6 naar 54,5 procent. In de hele groep ging het om 45,7 procent vóór en 61,7 procent twee jaar of langer na de eerste afspraak, tegen 15,0 en 14,6 procent in de controlegroep. Daarna kwam het dus ruim vier keer zo vaak voor als in de algemene bevolking.

Deze jongeren hadden dus al vóór de verwijzing vaker psychiatrische behandeling gehad dan leeftijdgenoten: de uitgangssituatie was niet gelijk. Dat gold het sterkst voor de jongeren die geen medische behandeling kregen: van hen had 53,1 procent (richting vrouw) en 65,0 procent (richting man) al eerder psychiatrische behandeling gehad, en daarna 59,7 en 67,2 procent. De auteurs schrijven dat ernstige psychiatrische problematiek waarschijnlijk een contra-indicatie voor medische behandeling was. Na correctie voor eerdere psychiatrische behandeling was het risico in alle groepen ongeveer even hoog, behandeld of niet: 4,7 tot 6,1 keer zo hoog als bij mannelijke en 3,0 tot 3,7 keer zo hoog als bij vrouwelijke controlepersonen.

Het onderzoek is observationeel: het laat zien dat de behoefte aan psychiatrische zorg na medische transitie niet afnam maar toenam, en kan als registerstudie niet vaststellen wat daarvan de oorzaak is. De auteurs noemen zelf als beperking dat zij niet konden nagaan waarvoor de jongeren psychiatrische zorg kregen en dat zij niet konden corrigeren voor sociaaleconomische achtergrond. Zij schrijven dat medische behandeling bij sommige jongeren samen lijkt te gaan met een verslechtering van de mentale gezondheid.

Wat dit voor ouders betekent

Voor ouders die te horen krijgen dat hormoonbehandeling de "bewezen" oplossing is voor het welzijn van hun kind, laat dit onderzoek zien dat de wetenschappelijke basis daarvoor dunner is dan vaak wordt voorgesteld. Deze grote, landelijke dataset laat geen verbetering zien in de behoefte aan psychiatrische zorg na medische transitie, eerder het tegenovergestelde. Dat is geen bewijs dat behandeling de problemen veroorzaakt, maar wel reden om kritische vragen te blijven stellen aan behandelaars over welke garanties er precies gegeven worden. De auteurs concluderen zelf dat psychische stoornissen bij jongeren die een medische behandeling zoeken grondig moeten worden onderzocht en behandeld, zowel vóór als na die behandeling.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →