Medische feiten

Gaat genderdysforie bij kinderen over? Wat de Nederlandse studie van Wallien en Cohen-Kettenis vond

Nederlandse onderzoekers volgden 77 kinderen die vanwege genderdysforie naar de kliniek waren verwezen. Tien jaar later was 27 procent nog genderdysfoor en 43 procent niet meer; 30 procent was niet te traceren. Van de jongens bij wie het overging, was de helft later homo- of biseksueel. Wat het cijfer wel en niet zegt.

Gaat genderdysforie bij kinderen over? Wat de Nederlandse studie van Wallien en Cohen-Kettenis vond

Gaat genderdysforie bij kinderen over? Bij een deel van de kinderen wel, bij een deel niet. In het bekendste Nederlandse onderzoek hiernaar was van de 77 gevolgde kinderen tien jaar later 43 procent niet meer genderdysfoor en 27 procent nog wel. Het getal van tachtig procent dat vaak rondgaat, staat niet in deze studie. Dit artikel legt uit wat er wel staat, voor ouders die willen weten waar zij aan toe zijn.

Het onderzoek

De onderzoekers Wallien en Cohen-Kettenis publiceerden in 2008 een vervolgonderzoek onder 77 kinderen die op jonge leeftijd vanwege genderdysforie naar hun kliniek waren verwezen: 59 jongens en 18 meisjes, gemiddeld 8,4 jaar oud, tussen 5 en 12 jaar. Gemiddeld ruim tien jaar later, toen zij 16 jaar of ouder waren, zochten de onderzoekers hen opnieuw op. Wij baseren ons hier op de gepubliceerde samenvatting van de studie.

De uitkomsten

  • Niet meer genderdysfoor: 33 kinderen, 43 procent (28 jongens en 5 meisjes).
  • Nog genderdysfoor: 21 kinderen, 27 procent (12 jongens en 9 meisjes).
  • Niet te traceren of geen reactie: 23 kinderen, 30 procent (19 jongens en 4 meisjes).

De conclusie van de auteurs luidt, vertaald: de meeste kinderen met genderdysforie blijven na de puberteit niet genderdysfoor. Kinderen bij wie de dysforie aanhield, hadden als kind extremere genderdysforie dan kinderen bij wie zij verdween, en voldeden toen vaker aan de criteria voor de diagnose.

Waar komt tachtig procent vandaan?

Niet uit deze studie. Wie alleen kijkt naar de 54 kinderen die werden teruggevonden, ziet dat het bij 33 van hen overging: ruim zes op de tien. Over alle 77 kinderen is het 43 procent. Van de 23 kinderen die uit beeld raakten, weet niemand hoe het met hen ging. Wie hen bij de groep telt waar het overging, komt op een hoger getal, maar dat is een aanname en geen meting.

Pointer schreef in juli 2026 dat de bewering dat genderdysforie bij tachtig procent van de kinderen zonder behandeling voorbijgaat, niet door de bronnen wordt ondersteund. Voor het ronde getal klopt dat: het is niet aan één studie te koppelen. Het maakt de richting van de bevinding niet ongedaan. De auteurs van de Nederlandse studie schrijven zelf dat de meeste kinderen niet genderdysfoor blijven.

Homo, lesbisch of biseksueel

De studie keek ook naar seksuele oriëntatie. Van de jongens bij wie de genderdysforie verdween, was de helft later homo- of biseksueel en de andere helft heteroseksueel; de meisjes in die groep waren heteroseksueel. In de groep waar de dysforie bleef, meldden bijna alle deelnemers een homo- of biseksuele oriëntatie. De auteurs concluderen, vertaald, dat homoseksualiteit of biseksualiteit de meest waarschijnlijke uitkomst is van genderdysforie in de kindertijd.

Voor ouders is dat een belangrijke zin. Een jongen die zich als kind sterk met meisjes identificeert, kan opgroeien tot een homoseksuele man die vrede heeft met zijn lichaam. Wat dat betekent voor de discussie over de conversiewet, staat op Conversiewet.nl.

Wat de overheidsvoorlichting zegt

Opvallend genoeg staat de kern ook op Thuisarts.nl, de site die het kabinet als betrouwbare bron noemt. Daar staat op de pagina voor ouders: ‘De twijfels kunnen een fase zijn in de ontwikkeling en weggaan als je kind volwassen wordt. Ze kunnen ook blijven. Of ze gaan weg en komen later in het leven weer terug.’ Thuisarts heeft het over twijfels, niet over een gestelde diagnose, en noemt geen cijfers. De richting is dezelfde.

Beperkingen

De studie is klein en bijna een derde van de kinderen was niet terug te vinden. De kinderen werden verwezen in een tijd waarin de diagnose anders heette en andere criteria had dan nu. En het gaat om kinderen die jong werden verwezen, onder de 12 jaar. Voor tieners bij wie de genderdysforie pas in of na de puberteit begint, zegt dit onderzoek niets. Of het verloop hetzelfde is bij kinderen die al vroeg van naam en voornaamwoord wisselen, is hiermee niet onderzocht.

Wat je er als ouder mee kunt

Het onderzoek geeft geen voorspelling voor jouw kind. Het geeft wel reden voor geduld: bij een jong kind is de kans reëel dat de gevoelens veranderen, en hoe sterker en langduriger zij zijn, hoe groter de kans dat zij blijven. Tijd nemen is geen weigering van zorg. Meer daarover lees je in Bij twijfel niet inhalen en In gesprek blijven met je kind.

Bronnen

Wallien MSC, Cohen-Kettenis PT, Psychosexual outcome of gender-dysphoric children, Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry 2008;47(12):1413–1423, samenvatting, europepmc.org

Pointer (KRO-NCRV), Ruim 30 Nederlandse websites online met desinformatie over trans mensen, 8 juli 2026, pointer.kro-ncrv.nl

Thuisarts, Mijn kind twijfelt over wie die is (gender), laatst gewijzigd 9 juni 2026, thuisarts.nl

Beeld: schommels in een speeltuin. Foto: Aaron Burden via Unsplash.

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →