Achtergrond & oorzaken

Is herstel bij een 11-jarige echt ‘vrijwel uitgesloten’? Een therapeut plaatst vraagtekens bij die uitspraak

Therapeut Stella O'Malley bekritiseert de uitspraak van Hilary Cass in het Britse Hogerhuis dat de kans dat de elfjarige 'Jo' terugkeert naar zijn geboortegeslacht 'vanishingly remote' is. Aan de hand van deze samengestelde casus van een jongen die op 2,5-jarige leeftijd sociaal werd getransitioneerd, beschrijft ze hoe vroege identiteitsvorming en isolement elkaar kunnen versterken.

Is herstel bij een 11-jarige echt ‘vrijwel uitgesloten’? Een therapeut plaatst vraagtekens bij die uitspraak

Kan een clinicus op basis van de leeftijd van een kind al voorspellen dat herstel naar het geboortegeslacht zo goed als uitgesloten is? Therapeut Stella O'Malley bestrijdt die aanname aan de hand van de casus ‘Jo’, die Hilary Cass op 25 juni 2026 in het Britse Hogerhuis beschreef: een jongen die op 2,5-jarige leeftijd door zijn ouders sociaal werd getransitioneerd en op zijn elfde niet naar de middelbare school wil, zijn kamer bijna niet meer uitkomt en door inactiviteit zwakke botten heeft (bron).

De uitspraak die ter discussie staat

Aanleiding is een uitspraak van dr. Hilary Cass, auteur van de Britse Cass Review en lid van het Hogerhuis. Zij zei over Jo dat de kans dat het kind terugkeert naar het biologische geslacht "vanishingly remote" is, vertaald: verwaarloosbaar klein (bron). O'Malley noemt dat een opmerkelijk stellige voorspelling over een kind. Zij schrijft dat zij met veel ouders heeft gewerkt van wie het kind zich later met het geboortegeslacht verzoende, en dat hopeloosheid volgens haar geen passende beschrijving is van klinisch werk met een elfjarige. Cass heeft volgens O'Malley later verduidelijkt dat Jo een samengestelde casus is en geen enkel herkenbaar kind. O'Malley heeft Jo en zijn ouders nooit ontmoet en noemt haar analyse daarom hypothetisch (bron).

De casus ‘Jo’

O'Malley beschrijft de casus van "Jo", een jongen die al op 2,5-jarige leeftijd sociaal transitioneerde. Op zijn elfde functioneert hij ernstig beperkt: hij weigert naar school te gaan, trekt zich sociaal terug, is lichamelijk conditioneel achteruitgegaan en brengt het grootste deel van zijn tijd door op zijn slaapkamer. O'Malley noemt dat een zeer slechte uitkomst. Hoe Jo zich zonder de sociale transitie had ontwikkeld is volgens haar niet te weten, maar de transitie heeft het ontstaan van ernstige psychische nood niet voorkomen.

Waarom zo vroeg twijfelachtig is

Jo's sociale transitie viel volgens O'Malley in wat Piaget de pre-operationele fase noemde: kinderen denken dan magisch, spelen met rollen en hebben nog geen volwassen begrip van biologische onveranderlijkheid. Een kind van 2 of 3 jaar kan volgens haar de verkenning die bij identiteitsvorming hoort nog niet aan. Zij ziet de vroege sociale transitie daarom als een mogelijk voorbeeld van wat psycholoog James Marcia "identity foreclosure" noemde: een verbintenis aan een identiteit vóórdat die voldoende is verkend. O'Malley schrijft verder dat bij jongens die wegens genderdysforie naar een gespecialiseerde kliniek zijn verwezen en bij wie de dysforie niet aanhoudt, een homo- of biseksuele oriëntatie de meest voorkomende uitkomst is. In een vervolgonderzoek uit 2008 onder 77 verwezen kinderen had bij de nameting 27 procent nog genderdysforie en 43 procent niet meer; 30 procent was niet bereikt. Van de jongens zonder genderdysforie meldde de helft een homo- of biseksuele oriëntatie en de andere helft een heteroseksuele (bron).

De last van het geheim

Een onderbelicht aspect in het stuk is de emotionele tol van het moeten bewaken van een geheim: als een kind zich voortdurend bewust moet zijn van zijn eigen voorgeschiedenis en die niet mag laten blijken, ontstaat een permanente vorm van zelfcontrole. Dat bemoeilijkt vriendschappen, gewone jeugdactiviteiten en een ontspannen omgang met leeftijdsgenoten — en kan zo bijdragen aan precies de isolatie die bij Jo wordt waargenomen.

Een zichzelf versterkende cyclus

School vermijden, weinig bewegen, sociaal terugtrekken en geheimhouding voeden elkaar volgens O'Malley wederzijds: hoe meer een kind zich terugtrekt, hoe moeilijker het wordt om weer aansluiting te vinden, wat de terugtrekking op zijn beurt weer versterkt. Zij pleit ervoor die cyclus als eerste te doorbreken — vóór er verdere medische stappen worden overwogen.

Wat O'Malley wel aanraadt

In plaats van puberteitsremmers bepleit O'Malley psychologische begeleiding: actieve betrokkenheid van ouders, geleidelijke vermindering van de geheimhoudingsdruk, gedragsactivatie (weer in beweging komen, weer naar school) en herstel van een normaal ontwikkelingsritme. Het doel is niet om een uitkomst op te leggen, maar om een kind weer ruimte te geven om zich te ontwikkelen en zichzelf te verkennen — in plaats van een eerder ingezette identiteit alvast als definitief te behandelen (bron).

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →