Medische feiten

Gaat het beter ná een operatie? Wat 107.000 dossiers laten zien

Uw kind hoort dat een operatie de klachten wegneemt. Een grote Amerikaanse dossierstudie onder volwassenen laat een ander beeld zien. Wat die cijfers betekenen — en wat ze niet betekenen — in gewone taal uitgelegd.

Gaat het beter ná een operatie? Wat 107.000 dossiers laten zien

Bijna elk gesprek in de genderzorg draait om één verwachting: als de behandeling er komt, gaat het beter. Voor ouders is dat de zin die alles bepaalt — want wie durft een kind iets te onthouden dat het beter maakt? Juist daarom is het belangrijk te weten wat er gemeten is over hoe het mensen ná een operatie vergaat.

De studie in het kort

In 2025 publiceerden Lewis en collega's in The Journal of Sexual Medicine (22(4), 645–651) een analyse van de Amerikaanse dossierdatabase TriNetX (bron). Zij keken naar 107.583 volwassenen (18 jaar en ouder) in de Verenigde Staten met de diagnose genderdysforie tussen juni 2014 en juni 2024, en vergeleken wie wél en wie geen genderbevestigende operatie onderging. Met een statistische techniek (propensity score matching) maakten ze de groepen vergelijkbaar op leeftijd, ras en etniciteit. De psychische diagnoses zijn geteld over de twee jaar na de operatie. De studie gaat dus over volwassenen, niet over minderjarigen.

Wat eruit kwam

In de groep die de studie als mannen aanduidt, had 25,4% van de geopereerden de diagnose depressie, tegenover 11,5% van wie niet geopereerd werd. Voor angst was dat 12,8% tegenover 2,6%.

In de groep die de studie als vrouwen aanduidt: depressie 22,9% tegenover 14,6% en angst 10,5% tegenover 7,1%. Volgens de samenvatting van de studie was in de geopereerde groepen ook het risico op suïcidale gedachten en op problemen met middelengebruik significant hoger.

Voor deze vier uitkomsten ligt het cijfer in de geopereerde groep dus hóger, niet lager.

Wat deze cijfers niet zeggen

Ze bewijzen niet dat de operatie de klachten veroorzaakt. Het kan zijn dat mensen die tot een operatie overgaan het van tevoren al zwaarder hadden — dat heet indicatiebias en het is een serieuze verklaring. Om dat uit te sluiten zou je mensen jarenlang moeten volgen vóór en ná de behandeling, met vaste meetmomenten. De onderzoekers noemen zelf als beperking dat ze niet konden corrigeren voor factoren die niet in de dossiers staan, zoals sociale steun.

En daar zit de kern. Het eindrapport van de Engelse Cass Review (2024) stelt dat informatie over de uitkomsten op langere termijn voor kinderen en jongeren met genderdysforie nu niet beschikbaar is, zodat jongeren en hun ouders moeten beslissen zonder toereikend beeld van de mogelijke gevolgen (bron). Precies daarom kan niemand u vertellen dat het na de ingreep beter gaat. Die belofte is geen vaststelling, het is een verwachting.

Waarom er zo weinig follow-up is

Over de Engelse genderkliniek voor jongeren, GIDS van de Tavistock and Portman NHS Foundation Trust, schrijft de Cass Review dat er zeer beperkt bewijs is over de uitkomsten op langere termijn van de mensen die er zijn geweest. In de zaak van Keira Bell noemde het High Court het in 2020 verrassend dat GIDS geen volledige gegevens had over het aandeel jongeren dat na puberteitsremmers doorging met hormonen (bron).

De Finse registerstudie van Ruuska e.a. (2024) volgde 2.083 jongeren die vóór hun 23e naar een genderkliniek waren verwezen. Zelfdoding kwam bij hen vaker voor dan in de controlegroep (0,3% tegenover 0,1%), maar dat verschil verdween toen de onderzoekers rekening hielden met specialistische psychiatrische behandeling (bron). Bränström en Pachankis (2020) meldden in een Zweedse registerstudie eerst dat mensen minder psychische zorg gebruikten naarmate de operatie langer geleden was (bron). In een correctie schreef het tijdschrift later dat een nieuwe analyse geen voordeel van de operatie liet zien en dat de oorspronkelijke conclusie te sterk was (bron).

Wat u hiermee kunt in het gesprek

U hoeft geen tegenstander van uw kind te worden om vragen te stellen. Vraag welke uitkomstcijfers de kliniek gebruikt en waar die vandaan komen. Vraag of er systematisch gevolgd wordt hoe het patiënten over vijf en tien jaar gaat. Vraag welke andere verklaringen voor de klachten zijn onderzocht — autisme, trauma, een eetstoornis, depressie, pesten. En vraag wat het plan is als de klachten ná een behandeling blijven.

Zie ook de andere medische feiten voor ouders. De volledige cijferanalyse staat op Transitieschade.nl.

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →