Medische feiten

Puberteitsremmers en het brein: wat één studie wél heeft gemeten

In één casus zijn het IQ en de witte stof van een kind tijdens puberteitsremmers gevolgd. Wat daar uitkwam, en waarom het ongemakkelijk is dat goed vervolgonderzoek ontbreekt.

Puberteitsremmers en het brein: wat één studie wél heeft gemeten

Over puberteitsremmers wordt gezegd dat ze je kind tijd geven: tijd om na te denken, tijd om te ontdekken. Het is een geruststellend beeld; de Cass Review vond er geen bewijs voor (bron). Wat er in die tijd met het brein van je kind gebeurt, is weinig onderzocht. Een literatuuroverzicht uit 2024 vond geen enkel onderzoek bij mensen dat het effect van puberteitsremming op het neuropsychologisch functioneren systematisch heeft gevolgd met een goede beginmeting en vervolgmeting (bron). Een Braziliaanse casus uit 2017 is volgens de auteurs de eerste waarin bij een jongere met genderdysforie de witte stof van de hersenen en het IQ tijdens de remming zijn gevolgd (bron).

Wat er in Brazilië gebeurde

In 2017 publiceerde een team van artsen in Porto Alegre over een kind van bijna twaalf, bij de geboorte als jongen geregistreerd, met genderdysforie. Het kind werd 28 maanden gevolgd tijdens behandeling met leuprorelin — een GnRH-analoog, de groep middelen die ook in Nederland als puberteitsremmer wordt gebruikt (bron). Deze artsen máten: drie keer een IQ-test en een hersenscan (voor de start, na 22 en na 28 maanden) en vier keer een stemanalyse (voor de start en na 8, 17 en 20 maanden) (bron).

Wat ze vonden

Het totale IQ van het kind was bij de start 80. Na 22 maanden was het 71. Na 28 maanden 70. Het werkgeheugen — het vermogen om iets vast te houden terwijl je ermee bezig bent, waar je op school de hele dag op leunt — zakte van 83 naar 68 en kwam daarna deels terug op 74 (bron).

De hersenscans lieten zien dat de fractionele anisotropie van de witte stof, een indirecte maat voor de rijping van zenuwbanen, in die periode niet toenam. Dat klinkt als ‘geen effect’, maar de auteurs zetten het af tegen eerder onderzoek waarin die waarde bij jongens in de puberteit juist stijgt. Volgens hen kan het uitblijven van die stijging samenhangen met het verlaagde testosteron, met het lage cognitieve niveau van dit kind bij de start, of met beide (bron).

Wat dit voor jou niet betekent

Belangrijk, en we zeggen het liever te hard dan te zacht: dit is één kind. Er was geen controlegroep; de auteurs noemen dat zelf als beperking. Het IQ was bij de start al laag-gemiddeld, en volgens de auteurs kan zowel dat startniveau als de hormonale status een rol hebben gespeeld. Ze opperen dat de remming een bestaande achterstand in de ontwikkeling kan hebben versterkt, maar noemen die redenering zelf speculatief: het mechanisme achter de daling blijft volgens hen onzeker. Ze vragen om vervolgonderzoek dat jongeren onder remmers vergelijkt met leeftijdsgenoten met een gewone puberteit (bron).

Als iemand je deze studie voorlegt als bewijs dat puberteitsremmers hersenschade veroorzaken, dan klopt dat niet. Zo mag je het niet lezen.

Wat het wél betekent

Die oproep tot vervolgonderzoek is inmiddels bijna negen jaar oud. Een literatuuroverzicht uit 2024 vond zestien studies naar de cognitieve effecten van puberteitsremming, waarvan elf bij dieren. Geen enkel onderzoek bij mensen had het neuropsychologisch functioneren systematisch gevolgd met een goede beginmeting en vervolgmeting; wel is er volgens het overzicht enig bewijs voor een nadelig effect op het IQ bij kinderen (bron). De Cass Review schrijft dat het bewijs over het effect van puberteitsremming op de cognitieve ontwikkeling onvoldoende of inconsistent is, en noemt de mogelijke risico's voor de neurocognitieve ontwikkeling als een van de redenen om remmers alleen binnen een onderzoeksprotocol te geven (bron). De Gezondheidsraad schreef in 2026 dat er slechts enkele kleine studies zijn en dat die voor IQ en executief functioneren tegenstrijdige resultaten geven: geen effect of een klein negatief effect. Of dat gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren, is volgens de raad onbekend (bron).

Dat is het punt dat er voor jou toe doet. Niet: ‘remmers verlagen het IQ’. Wel: als je vraagt wat remmers met het brein van je kind doen, dan is het eerlijke antwoord dat dat nog onvoldoende is onderzocht.

Wat je kunt vragen

Vraag bij een intakegesprek concreet welke metingen vóór de start worden gedaan en welke tijdens de behandeling worden herhaald. Vraag ook wat er gebeurt als er iets uit zo'n meting komt: bij welke uitkomst wordt de behandeling heroverwogen? Als het antwoord is dat er niet gemeten wordt, weet je dat een eventueel effect ook nooit zal worden opgemerkt — niet bij je kind, en niet bij de kinderen die na hem of haar komen. Zie ook wat puberteitsremmers echt doen en bij twijfel niet inhalen.

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →