Achtergrond & oorzaken

Vooraanstaand onderzoeker: ROGD verdient een eigen plek in het diagnosehandboek

Klinisch psycholoog Kenneth Zucker publiceerde in 2026 een uitgebreide analyse van het bewijs rond plotseling opkomende genderdysforie bij tieners. Zijn conclusie: het gaat om een apart te onderscheiden beeld, dat een eigen plaats verdient naast de klassieke, kinderlijk beginnende genderdysforie.

Vooraanstaand onderzoeker: ROGD verdient een eigen plek in het diagnosehandboek

Al sinds 2018, toen onderzoeker Lisa Littman de term voor het eerst beschreef, wordt er gedebatteerd over "rapid-onset gender dysphoria" (ROGD): het beeld waarbij een tiener, vaak een meisje, zonder voorgeschiedenis van genderonvrede in de kindertijd plotseling in de adolescentie aangeeft transgender te zijn. Voorstanders van het affirmatieve model wezen het beeld lange tijd af als een politiek geladen hypothese zonder klinische waarde. Een nieuwe publicatie van klinisch psycholoog Kenneth Zucker, gepubliceerd in 2026 in het European Journal of Developmental Psychology, zet die afwijzing nu op losse schroeven.

Drie verschillende paden naar genderdysforie

Zucker onderscheidt in zijn analyse drie klinische presentaties van genderdysforie: het vroeg beginnende type, dat al in de kindertijd zichtbaar is; het laat beginnende type bij volwassenen; en het snel opkomende type dat zich specifiek in de adolescentie voordoet, overwegend bij in de kindertijd nooit eerder als genderdysfoor herkende meisjes. Waar het affirmatieve model deze drie vaak op één hoop gooit als uitingen van dezelfde onderliggende genderincongruentie, betoogt Zucker dat de patronen te verschillend zijn om als één fenomeen te behandelen.

Dat onderscheid is niet alleen een academische kwestie. Volgens Zucker hangen aan het onderscheid tussen deze drie presentaties mogelijk belangrijke verschillen in de onderliggende oorzaken, in de samenhang met seksuele oriëntatie, en in de kans dat de genderonvrede na verloop van tijd weer wegtrekt. Een tiener bij wie de onvrede zich pas in de puberteit en zonder voorgeschiedenis aandient, is volgens deze analyse geen kleinere of grotere versie van een kind dat al op vierjarige leeftijd consistent aangaf een ander gender te hebben — het is mogelijk een ander fenomeen, met een andere aanpak.

Een pleidooi voor erkenning in het DSM

Zucker bepleit dat ROGD als aparte subcategorie formeel wordt opgenomen in toekomstige edities van het diagnosehandboek DSM. Op dit moment bestaat er geen officiële diagnostische code die dit onderscheid vastlegt: een arts of therapeut die een vijftienjarige ziet die zes maanden geleden voor het eerst over het eigen gender twijfelde, registreert in de praktijk dezelfde diagnose als bij een kind dat hier al jaren mee worstelt. Formele erkenning zou volgens Zucker artsen dwingen om bij het opstellen van een behandelplan expliciet stil te staan bij het verloop van de klachten, in plaats van elke uiting van genderonvrede identiek te benaderen.

Voor ouders die de afgelopen jaren te horen kregen dat "ROGD niet bestaat" of "geen erkende diagnose is" — vaak als tegenargument wanneer zij twijfels uitten over een snelle, ingrijpende koers — is dit een belangrijke verschuiving. Het betekent niet dat elke twijfel van een tiener een voorbijgaande fase is, maar wel dat de vraag naar het beginmoment en het verloop van de genderonvrede een serieuze, wetenschappelijk onderbouwde plek verdient in de diagnostiek.

Wat dit voor de praktijk kan betekenen

Zolang ROGD geen erkende classificatie heeft, blijft de klinische respons sterk afhankelijk van de individuele behandelaar en diens overtuigingen. Zuckers werk voegt zich bij een groeiende reeks systematische reviews die vragen om meer terughoudendheid en een zorgvuldiger onderscheid tussen verschillende typen genderdysforie, voordat medische stappen worden gezet. Voor ouders blijft de praktische les hetzelfde als die van andere recente evaluaties: het moment waarop de onvrede begon, en of er sprake was van eerdere signalen in de kindertijd, is een relevant gegeven — en mag gerust worden ingebracht in het gesprek met een behandelaar.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Veelgestelde vragen

Twijfel je of wil je overleggen?

Je hoeft dit niet alleen te doen. Bekijk waar je terechtkunt voor steun en lotgenoten.

Naar hulp & steun →